Ontdek de invloed op de ontwikkeling en aanwezigheid van planten en dieren door de infiltrerende bufferbekkens op het bedrijventerrein in Maldegem.
Wandelroute (3 km)
De wandelroute is ca. 3 km lang en brengt je langs o.a. de boomgaard, de bufferbekkens,... op het bedrijventerrein de Campagne en het speelbos aan IBO de Zandloper.
parking Den Hoogen Pad, Elisabethstraat 3, 9991 Adegem
parking IBO de Zandloper / speelplein, Zandakkers 16, 9991 Adegem
De route en de achtergrondinformatie van deze wandeling werden samengesteld door lokaal bestuur Maldegem en Natuurpunt Meetjeslandse Cuesta.
Wat kan je allemaal op het bedrijventerrein De Campagne ontdekken?
Lees verder en je komt meer te weten over de inrichting van het bedrijventerrein, het belang van waterbufferbekkens en de fauna & flora.
Inrichting bedrijventerrein
Gemeente Maldegem, Veneco, Aquafin en het Agentschap Wegen en Verkeer transformeren samen het bedrijventerrein ter hoogte van Krommewege, Vliegplein, Steenhouwerslaan en Industrielaan. Naast de heraanleg van het bestaande terrein (125 ha), is er ook een uitbreiding, goed voor ongeveer 23,5 ha extra bedrijventerrein.
De grootste uitdaging voor het bedrijventerrein is de waterhuishouding. Het bestaand bedrijventerrein werd gebouwd op het begin van 4 stroomgebieden: richting Adegem De Beeke, richting Maldegem de Begijnewatergang en de Crommewegewatergang, richting Kleit de kampelbeek. Op elk van deze waterlopen is er een problematiek van wateroverlast, niet enkel afwaarts, maar ook op het bedrijventerrein is het risico op wateroverlast aanzienlijk.
Om het risico op wateroverlast te vermijden werd een concreet plan uitgewerkt voor het bedrijventerrein en de uitbreiding.
Bij de inrichting van de bekkens in de bestaande context werd bekeken hoe zij een structurerend beeldbepalend element kunnen zijn, of hoe er een belevingswaarde kan aan gekoppeld worden.
De diverse bufferbekkens werden verankerd in het PRUP Krommewege, alsook werd in het PRUP een strengere hemelwaterverordening opgelegd voor de bestaande bedrijven (300 m³/ha). Voor de bufferbekkens diende te worden voldaan aan volgende randvoorwaarden:
Infiltratiebekken met noodoverlaat naar de Begijnewatergang
volume: minimaal 9.200 m³
ten minste 1,85 ha
maximaal 1,5 m diep
Infiltratiebekken met noodoverlaat op de Beke
volume: minimaal 5.500 m³
ten minste 1,1 ha
maximaal 1,5 m diep
Infiltratiebekken met noodoverlaat op Kampelbeek
volume: minimaal 12.200 m³
ten minste 2,45 ha
maximaal 1,5 m diep
Naast bovenvermelde voorwaarden is een goede inpassing, technisch en ruimtelijk van belang. Hierdoor kunnen de bekkens hun functie vervullen en tevens ankerpunten vormen binnen het bedrijventerrein. Het bedrijventerrein kan op een duurzame manier functioneren door een maximale benutting van beschikbare ruimte.
Voor elk stroomgebied wordt in een infiltratie- en bufferbekken voorzien om zo het water maximaal ter plaatse te houden waar het valt, te infiltreren en vertraagd af te voeren.
Daarnaast wordt ook voorzien in de aanleg van een gescheiden stelsel, door de grote verharde oppervlaktes af te koppelen van de collector naar de RWZI wordt een grotere efficiëntie bekomen van de werking van de RWZI.
Voor 2 van de 4 afwateringsrichtingen zijn de infiltratiebekkens ingepast binnen de uitbreidingszone.
Via een meerdaagse workshop is hiervoor het concept uitgewerkt. De bekkens zijn zichtbaar aanwezig en vormen een structureel en een beeldbepalend element. Door de vormgeving wordt een aaneengesloten oost-west georiënteerde blauw- of groen-as gecreëerd, waarlangs een trage fietsweg is ingericht met een hoge belevingswaarde.
De bodem van de bekkens loopt waar mogelijk traag af van ca -0,4m tot -1,5m diepte. Zonder heraanvoer van teelaarde, wordt er maximaal ingezet op een natuurlijke begroeiing op schrale bodem. Plaatselijk kan er nog worden bijgezaaid.
Een maximale ontsluiting van de groene en blauwe aders voor zowel de buurt als de werknemers op het bedrijventerrein vormde één van de uitgangspunten van het ontwerp. Door de goede doorwaadbaarheid en de aansluiting op het bestaande weefsel bereiken burgers vlot de aangelegde paden.
Later kunnen bij de inpassing van recreatieve elementen, zoals vlonderpaden, picnicbanken, nestkasten voor vogels…, de gebruikers en passanten worden betrokken. Dit wordt voorzien eens er zicht is op de werking van de bekkens:
hoe vaak en tot waar vullen ze zich,
hoe verloopt de infiltratie,
wat is de werking in de zomer, in de winter,
welke fauna en flora ontwikkelt zich,
…
De renovatie van het bestaand bedrijventerrein werd geraamd op € 10 miljoen.
Er wordt gekozen voor een onderhoudsvriendelijk concept. Door in te zetten op natuurlijke begroeiing op schrale bodem, en slechts plaatselijk in te zaaien, zal het onderhoud beperkt zijn.
Het onderhoud is vooral extensief, met mogelijks een aantal semi-intensief gemaaide paden doorheen stroken die slechts sporadisch onder water zullen staan.
Het belang van waterbufferbekkens
Waterbufferbekkens zijn veel meer dan technische infrastructuur. Ze vormen een integraal onderdeel van een toekomstgerichte waterhuishouding waarin veiligheid, waterbeschikbaarheid en natuur hand in hand gaan. Door te investeren in goed ontworpen bufferbekkens investeren we tegelijk in klimaatadaptatie, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving.
Waterhuishouding
Waterbufferbekkens spelen een steeds belangrijkere rol in de hedendaagse waterhuishouding. Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met extreme weersomstandigheden: langdurige droogte wordt afgewisseld met intense neerslag. Dit zet zowel het watersysteem als de leefomgeving onder druk. Waterbufferbekkens bieden een doeltreffende en duurzame oplossing om met deze schommelingen om te gaan en vormen daarmee een onmisbare schakel in een veerkrachtig watersysteem.
Het belangrijkste doel van een waterbufferbekken is het tijdelijk opslaan van overtollig water. Tijdens hevige regenval kan het water niet altijd snel genoeg infiltreren in de bodem of afgevoerd worden via waterlopen en riolering. Bufferbekkens vangen dit water op en voorkomen zo wateroverlast en overstromingen in woonkernen, landbouwgebieden en industriezones. Op momenten van droogte kan het opgeslagen water geleidelijk worden vrijgegeven, waardoor het grondwaterpeil op peil blijft en water beschikbaar is voor landbouw, natuur en soms ook drinkwatervoorziening. Zo helpen bufferbekkens om pieken en dalen in het watersysteem af te vlakken.
Belang voor de natuur
Naast hun hydrologische functie hebben waterbufferbekkens ook een grote meerwaarde voor de natuur. Wanneer ze natuurvriendelijk worden ingericht, ontwikkelen ze zich tot waardevolle biotopen voor tal van planten- en diersoorten. Oevers met flauwe hellingen, rietkragen en moeraszones bieden leefgebied aan amfibieën, insecten, vogels en kleine zoogdieren. Voor veel soorten vormen deze gebieden een belangrijke schakel in een versnipperd landschap, waardoor biodiversiteit niet alleen behouden blijft maar zelfs kan toenemen.
Waterkwaliteit
Daarnaast dragen waterbufferbekkens bij aan een betere waterkwaliteit. Doordat water er tijdelijk stilstaat, kunnen zwevende deeltjes bezinken en krijgen natuurlijke zuiveringsprocessen de kans om nutriënten en verontreinigende stoffen af te breken. Planten in en rond het bekken nemen stikstof en fosfor op, wat eutrofiëring van beken en rivieren stroomafwaarts helpt voorkomen. Dit komt niet alleen de natuur ten goede, maar ook de mens, die afhankelijk is van schoon oppervlakte- en grondwater.
Invloed op mens en ruimte
Waterbufferbekkens hebben ook een landschappelijke en recreatieve waarde. Ze zorgen voor open ruimte, verkoeling tijdens warme periodes en bieden kansen voor zachte recreatie zoals wandelen en natuurbeleving. Zo versterken ze de band tussen mens en natuur en vergroten ze het draagvlak voor duurzaam waterbeheer.
Fauna en flora (dieren en planten)
Natuurpunt Meetjeslandse Cuesta inventariseert op regelmatige tijdstippen de aanwezige planten en dieren (amfibieën & reptielen, libellen, vlinders en vogels).
Een overzicht van enkele van de gespotte planten en dieren vind je hieronder.
De alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) is een middelgrote salamander die behoort tot de familie van de echte salamanders (Salamandridae). Ze komt voor in grote delen van Europa en is ook in de Lage Landen op verschillende plaatsen te vinden. Haar naam verwijst naar het feit dat ze ook in bergachtige gebieden, zoals de Alpen, voorkomt.
wenzlerdesign-pig-3407057 via Pixabay
De alpenwatersalamander wordt gemiddeld 8 tot 12 centimeter lang. Het mannetje en het vrouwtje verschillen duidelijk in uiterlijk, vooral in de voortplantingstijd. In het water krijgt het mannetje een opvallende blauwe tot blauwgrijze kleur met een fel oranje buik zonder zwarte vlekken. Hij ontwikkelt ook een lage, golvende rugkam. Het vrouwtje is meestal soberder gekleurd, bruinachtig tot olijfgroen, met een lichtere buik.
Buiten de voortplantingsperiode leeft de alpenwatersalamander grotendeels op het land. Ze verschuilt zich onder stenen, boomstronken en in dichte vegetatie. In het voorjaar trekt ze naar stilstaande of langzaam stromende wateren om zich voort te planten. Haar biotoop bestaat uit vijvers, poelen, bosplassen en soms tuinvijvers, bij voorkeur met veel waterplanten.
Het vrouwtje zet haar eitjes één voor één af en vouwt ze zorgvuldig in bladeren van waterplanten. Na enkele weken komen de larven uit, die uitwendige kieuwen hebben en volledig in het water leven. Later ondergaan ze een metamorfose tot jonge salamanders die het water verlaten.
Voor het ecosysteem is de alpenwatersalamander van groot belang. Ze voedt zich met insectenlarven, kleine kreeftachtigen en andere ongewervelden, waardoor ze helpt om populaties van waterinsecten in evenwicht te houden. Tegelijk vormt ze zelf een voedselbron voor vissen, vogels en grotere amfibieën.
De aanwezigheid van alpenwatersalamanders wijst vaak op een goede waterkwaliteit. Ze zijn gevoelig voor vervuiling en verdroging van hun voortplantingswateren. Daarom geldt de soort als een belangrijke indicator voor gezonde, soortenrijke water- en oevergebieden.
Debiezenknoppen (Juncus conglomeratus), ook wel zachte rus genoemd, is een overblijvende plant uit de russenfamilie (Juncaceae). Het is een inheemse soort die veel voorkomt in vochtige graslanden en langs waterkanten.
Krzysztof Ziarnek, Kenraiz - Own work, CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=185884512
De plant vormt dichte pollen met rechtopstaande, cilindervormige stengels die glad aanvoelen. De stengels zijn donkergroen en kunnen 30 tot 100 centimeter hoog worden. Echte bladeren ontbreken vrijwel; ze zijn gereduceerd tot bladscheden aan de basis. Kenmerkend is de compacte, bolvormige bloeiwijze die schijnbaar zijstandig uit de stengel komt. Deze “knop” bestaat uit talrijke kleine, bruine bloempjes die dicht opeen zitten.
Biezenknoppen groeien vooral in natte, zure tot matig voedselrijke bodems. Hun biotoop omvat vochtige heiden, graslanden, veengebieden, greppels en slootranden. Ze verdragen tijdelijke overstroming en doen het goed op plaatsen waar de bodem langdurig vochtig blijft.
Ecologisch speelt deze rus een belangrijke rol in watergebonden ecosystemen. Het dichte wortelstelsel helpt bij het vastleggen van de bodem en voorkomt erosie langs oevers. Daarnaast nemen de wortels voedingsstoffen zoals stikstofverbindingen op, wat bijdraagt aan natuurlijke waterzuivering.
De pollenstructuur biedt bovendien schuilplaatsen voor insecten, kleine zoogdieren en amfibieën. In natte graslanden verhogen biezenknoppen de structurele diversiteit van de vegetatie, wat gunstig is voor de biodiversiteit. Door hun stabiliserende en zuiverende werking leveren ze een waardevolle bijdrage aan een gezond waterecosysteem.
De blauwe reiger (Ardea cinerea) is een grote en statige watervogel die algemeen voorkomt langs rivieren, plassen, vijvers en natte weilanden. Hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn lange poten, lange hals en grijsblauwe verenkleed, met een zwarte wenkbrauwstreep en dolkvormige snavel. Vaak staat hij roerloos aan de waterkant te wachten tot een prooi binnen bereik komt.
nennieinszweidrei-heron-8626926 via Pixabay
Zijn voedsel bestaat vooral uit vis, maar ook kikkers, kleine zoogdieren, insecten en soms jonge watervogels staan op het menu. Met een snelle, gerichte stoot van zijn snavel grijpt hij zijn prooi. Blauwe reigers broeden meestal in kolonies, hoog in bomen, waar ze grote takkennesten bouwen die vaak jarenlang worden hergebruikt.
Door zijn aanpassingsvermogen komt de blauwe reiger zowel in natuurgebieden als in stedelijke omgevingen voor. Waterbufferbekkens, vijvers en andere rustige waterpartijen bieden hem geschikte jachtgebieden en dragen zo bij aan het behoud van deze opvallende soort.
De dodaars (Tachybaptus ruficollis) is de kleinste futensoort van Europa en een opvallende, maar vaak onopgemerkte watervogel. Hij leeft vooral op kleine plassen, vijvers, grachten en rustig stromende waterlopen met veel oevervegetatie. Door zijn schuwe gedrag en zijn gewoonte om bij gevaar meteen onder water te duiken, wordt hij vaker gehoord dan gezien. Zijn kenmerkende, trillerige roep verraadt meestal zijn aanwezigheid.
Derek Keats-33488991 via Pexels
In het broedseizoen heeft de dodaars een donkerbruine rug en een kastanjebruine hals en wangen, met een opvallend licht vlekje aan de snavelbasis. In de winter is hij valer en minder contrastrijk gekleurd. Hij bouwt een drijvend nest tussen waterplanten, waar hij enkele eieren legt die vaak met plantenmateriaal worden bedekt wanneer hij het nest verlaat.
De dodaars voedt zich met kleine waterdieren zoals insectenlarven, waterkevers, kleine visjes en kreeftachtigen. Omdat hij afhankelijk is van helder en voedselrijk water met voldoende schuilplaatsen, geldt hij als een indicator voor een gezond en gevarieerd watersysteem. Natuurvriendelijke oevers en waterbufferbekkens kunnen dan ook een geschikt leefgebied vormen voor deze charmante duiker.
De grote egelskop (Sparganium erectum) is een overblijvende oever- en waterplant uit de egelskopfamilie (Typhaceae). Het is een robuuste plant die vaak wordt aangetroffen langs waterkanten en in ondiepe wateren.
Lairich Rig, Branched Bur-reed (Sparganium erectum), CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=104485161
De plant heeft lange, smalle, zwaardvormige bladeren die rechtop groeien en tot meer dan een meter hoog kunnen worden. De bladeren zijn frisgroen en hebben een duidelijke middennerf. Kenmerkend zijn de bolvormige bloeiwijzen: kleine, ronde “knoppen” die als kralen langs de stengel staan. De bovenste bollen bevatten mannelijke bloemen, terwijl de onderste vrouwelijke bloemen dragen. Na de bloei ontwikkelen zich stekelige, bolronde vruchtstanden die op kleine egels lijken.
De grote egelskop groeit in stilstaand of langzaam stromend zoet water. Zijn biotoop bestaat uit vijvers, sloten, moerassen, rietlanden en rivieroevers. Hij verkiest voedselrijke bodems en kan zowel met de wortels in de modder staan als gedeeltelijk ondergedoken zijn in het water.
Ecologisch vervult de plant een belangrijke rol in waterzuivering. Via haar uitgebreide wortelstelsel neemt ze voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor op uit het water en de bodem. Daardoor helpt ze overmatige algengroei te beperken en draagt ze bij aan een betere waterkwaliteit.
Daarnaast bieden de dichte bladeren en wortels schuil- en voortplantingsplaatsen voor vissen, amfibieën en talrijke ongewervelde waterdieren. De grote egelskop bevordert zo de biodiversiteit in en rond het water. Door zijn zuiverende werking en zijn functie als leefgebied is hij van groot belang voor een gezond en stabiel waterecosysteem.
De grote kattenstaart (Lythrum salicaria) is een opvallende, overblijvende oeverplant uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae). Het is een inheemse soort die vooral bekendstaat om haar uitbundige, paarsroze bloei in de zomer.
De plant kan 60 tot 150 centimeter hoog worden en heeft stevige, rechtopstaande stengels die vaak vierkantig aanvoelen. De bladeren zijn langwerpig en lancetvormig en staan meestal kruisgewijs tegenover elkaar of in kransen rond de stengel. De talrijke kleine bloemen staan dicht opeen in lange, aarvormige bloeiwijzen aan de top van de stengel. Elke bloem heeft zes kroonblaadjes met een heldere purperroze kleur, wat de plant een sierlijke en opvallende uitstraling geeft.
De grote kattenstaart groeit in natte, voedselrijke bodems. Haar biotoop omvat moerassen, rietlanden, vijverranden, beekoevers en natte graslanden. Ze verdraagt tijdelijke overstromingen en voelt zich thuis in zonnige tot licht beschaduwde omstandigheden.
Ecologisch is de plant bijzonder waardevol voor insecten. De nectar- en stuifmeelrijke bloemen trekken talrijke bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders aan. Door haar lange bloeiperiode vormt ze een belangrijke voedselbron in de zomermaanden. Sommige insectensoorten zijn zelfs sterk afhankelijk van deze plant voor hun voortplanting of voedselvoorziening.
Op het gebied van waterzuivering draagt de grote kattenstaart bij door voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor uit de bodem en het water op te nemen. Haar wortelstelsel helpt bovendien de oever te verstevigen en erosie tegen te gaan.
Dankzij haar rol als nectarplant, haar bijdrage aan waterzuivering en haar stabiliserende werking op oevers is de grote kattenstaart van groot belang voor een gezonde en biodiverse waterecologie.
Grote lisdodde (Typha latifolia) is een typische moerasplant die voorkomt langs oevers van plassen, vijvers en traag stromende waterlopen. De plant is gemakkelijk te herkennen aan zijn lange, smalle bladeren en de karakteristieke bruine “sigaar” die bestaat uit een dichte bloeiwijze. Lisdodde groeit vaak in dichte groepen en vormt zo uitgestrekte riet- en moeraszones.
Voor vogels is lisdodde van groot belang. De dichte begroeiing biedt beschutting tegen roofdieren en verstoring, waardoor veel soorten er veilig kunnen rusten en broeden. Watervogels en moerasvogels gebruiken het plantenmateriaal om nesten te bouwen of nestplaatsen te verankeren tussen de stengels. Kleine zangvogels vinden er bovendien insecten en zaden als voedsel, vooral in de herfst en winter.
Daarnaast draagt lisdodde bij aan een gezond watersysteem, wat indirect ook vogels ten goede komt. De plant zuivert het water door voedingsstoffen op te nemen en biedt leefruimte aan tal van insecten en andere kleine dieren, die op hun beurt voedsel vormen voor vogels. Natuurvriendelijke waterbufferbekkens met lisdodde creëren zo waardevolle leefgebieden waar vogels kunnen foerageren, schuilen en broeden.
De grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica) is een overblijvende moeras- en waterplant uit de waterweegbreefamilie (Alismataceae). Ze komt algemeen voor in Europa en groeit vooral in en langs zoet water. Het is een opvallende verschijning aan oevers door haar sierlijke bloeiwijze.
De plant vormt een rozet van grote, langgesteelde bladeren die eirond tot lancetvormig zijn. De bladeren zijn frisgroen en hebben duidelijke nerven. Ze kunnen boven het water uitsteken wanneer de plant in ondiep water staat. Vanuit het midden van de rozet groeit een rechtopstaande bloeistengel die tot ongeveer één meter hoog kan worden.
De bloeiwijze bestaat uit een losse, vertakte pluim met talrijke kleine bloemen. De bloemen zijn lichtroze tot wit en hebben drie kroonblaadjes met een subtiele geelachtige kern. Ze bloeien meestal van juni tot september en trekken in die periode veel insecten aan. Na de bloei ontstaan kleine nootjes die door water verspreid kunnen worden.
De Grote waterweegbree groeit in stilstaand of langzaam stromend, zoet water. Haar biotoop omvat vijvers, sloten, moerassen, plassen en rivieroevers. Ze verkiest voedselrijke, modderige bodems en kan zowel ondergedoken als deels boven het wateroppervlak groeien.
Voor dieren is deze plant van grote betekenis. De bloemen leveren nectar en stuifmeel aan bijen, zweefvliegen en andere insecten. Waterinsecten en kleine ongewervelden vinden beschutting tussen de stengels en bladeren. Ook amfibieën gebruiken de plant als schuilplaats, terwijl watervogels soms de zaden eten.
Op het vlak van waterzuivering speelt de Grote waterweegbree eveneens een belangrijke rol. Haar wortelstelsel neemt voedingsstoffen zoals nitraten en fosfaten op uit het water en de bodem. Hierdoor helpt ze eutrofiëring tegengaan en draagt ze bij aan helderder water.
Binnen de waterecologie bevordert ze de biodiversiteit en stabiliseert ze de oeverzones. De wortels helpen erosie te beperken en creëren een leefgebied voor tal van organismen. Zo is de Grote waterweegbree niet alleen een sierlijke, maar ook een ecologisch waardevolle plant in zoetwatergebieden.
Hetklein kroos (Lemna minor) is een zeer kleine, drijvende waterplant uit de aronskelkfamilie (Araceae). Het behoort tot de kleinste bloeiende planten ter wereld en wordt vaak simpelweg “eendenkroos” genoemd. Ondanks zijn bescheiden formaat speelt het een opvallende rol in zoetwaterecosystemen.
De plant bestaat uit kleine, platte, ovale schijfjes – zogenaamde kroosblaadjes – die op het wateroppervlak drijven. Elk blaadje is meestal slechts enkele millimeters groot en heeft een frisse, lichtgroene kleur. Aan de onderzijde hangt één fijn worteltje in het water. Bloei komt zelden voor; voortplanting gebeurt hoofdzakelijk via snelle ongeslachtelijke deling, waardoor het zich in korte tijd sterk kan uitbreiden.
Klein kroos groeit in stilstaand of langzaam stromend, voedselrijk zoet water. Het komt voor in vijvers, sloten, grachten en plassen. De soort gedijt goed in water met een hoge concentratie aan voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat en vormt daar vaak dichte, groene matten aan het oppervlak.
Op het vlak van waterzuivering heeft klein kroos een dubbele rol. Enerzijds neemt het grote hoeveelheden voedingsstoffen op uit het water, waardoor het bijdraagt aan het verminderen van nitraat- en fosfaatgehalten. Dit helpt om overmatige algengroei te beperken. Anderzijds kan een te sterke uitbreiding het licht in het water blokkeren, wat ondergedoken waterplanten kan verdringen.
Ecologisch vormt klein kroos een belangrijke voedselbron voor watervogels, vissen en kleine ongewervelden. De worteltjes bieden schuilplaatsen aan micro-organismen en jonge waterdiertjes. Zo draagt deze kleine plant bij aan de biodiversiteit en het evenwicht in zoetwaterhabitats.
De kneu (Linaria cannabina) is een kleine, slanke zangvogel die vooral voorkomt in open landschappen zoals akkers, heidegebieden, duinen en extensief beheerde graslanden. Het mannetje is in het broedseizoen te herkennen aan zijn rood getinte voorhoofd en borst, terwijl het vrouwtje en het winterkleed soberder bruin gestreept zijn. De kneu staat bekend om zijn zachte, melodieuze zang.
unrestricted use via Wikimedia Commons
Deze soort leeft voornamelijk van zaden van kruiden en grassen, zoals distels en zuring, en speelt zo een rol in het natuurlijke zaadverspreidingsproces. In het broedseizoen eet hij ook insecten, die belangrijk zijn voor het grootbrengen van de jongen. Het nest wordt laag in struiken of hagen gebouwd.
Door intensieve landbouw en het verdwijnen van kruidenrijke randen is de kneu in veel gebieden achteruitgegaan. Het behoud en herstel van bloemrijke akkerranden, hagen en ruige hoekjes in het landschap is dan ook van groot belang voor deze kleurrijke zangvogel.
De meerkoet (Fulica atra) is een algemene watervogel die vaak te zien is op vijvers, kanalen, meren en stadswateren. Hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn zwarte verenkleed, witte snavel en opvallende witte voorhoofdsschild. In tegenstelling tot eenden heeft de meerkoet geen zwemvliezen, maar lobvormige tenen waarmee hij vlot kan zwemmen én over drijvende planten kan lopen.
Meerkoeten zijn vrij territoriaal, vooral in het broedseizoen. Ze bouwen een groot drijvend nest van plantenmateriaal tussen riet of oevervegetatie. Beide ouders verdedigen het nest fel tegen indringers en verzorgen samen de jongen, die na het uitkomen meteen het water opgaan.
De vogel voedt zich hoofdzakelijk met waterplanten, al eet hij ook kleine waterdieren. Door zijn aanpassingsvermogen voelt de meerkoet zich zowel thuis in natuurlijke moerasgebieden als in stedelijke vijvers. Waterpartijen met voldoende oeverplanten, zoals natuurvriendelijk ingerichte bufferbekkens, vormen dan ook een geschikt leefgebied voor deze herkenbare soort.
Het riet (Phragmites australis) is een hoge, overblijvende grassoort uit de grassenfamilie (Poaceae). Het is een van de meest karakteristieke planten van moerassen en oevers in Europa en speelt een sleutelrol in natte ecosystemen.
Riet kan tussen 1,5 en 4 meter hoog worden en vormt uitgestrekte, dichte rietkragen. De stengels zijn rechtopstaand, hol en stevig, met lange, smalle, grijsgroene bladeren die scherp aanvoelen langs de randen. In de late zomer verschijnen grote, pluimvormige bloeiwijzen die eerst paarsachtig zijn en later verkleuren naar zilvergrijs of strogeel. Deze pluimen blijven vaak tot diep in de winter staan en geven het landschap een kenmerkend silhouet. Onder de grond ontwikkelt riet een uitgebreid netwerk van wortelstokken (rhizomen), waarmee het zich snel kan uitbreiden.
De biotoop van riet omvat oevers van meren en rivieren, vijvers, plassen, rietmoerassen en brakwatergebieden. Het groeit in ondiep water of op zeer natte, voedselrijke bodems en verdraagt wisselende waterstanden. Dankzij zijn sterke wortelstelsel kan het erosie tegengaan en oevers stabiliseren.
Ecologisch heeft riet een grote betekenis voor insecten. Talrijke soorten kevers, vliegen en rupsen leven op of in de stengels en bladeren. Sommige nachtvlinders zijn zelfs gespecialiseerd in riet als waardplant. Ook libellen gebruiken rietstengels om uit te sluipen tijdens hun metamorfose van larve naar volwassen insect.
Voor vogels is riet van onschatbare waarde. Soorten zoals de kleine karekiet, de grote karekiet en de rietgors bouwen hun nesten tussen de stevige stengels. Het dichte riet biedt bescherming tegen roofdieren en vormt een veilige broedplaats. Daarnaast gebruiken watervogels zoals meerkoet, waterhoen veel eendensoorten rietkragen als rust- en schuilgebied.
Riet speelt ook een cruciale rol in waterzuivering. In natuurlijke rietvelden en in aangelegde helofytenfilters nemen de wortels voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op uit het water. Tegelijk stimuleren ze de activiteit van micro-organismen die organisch materiaal afbreken. Hierdoor verbetert de waterkwaliteit aanzienlijk.
Door zijn zuiverende werking, zijn functie als oeverversteviger en zijn grote ecologische waarde voor insecten en vogels is riet een sleutelsoort binnen de waterecologie en essentieel voor gezonde natte ecosystemen.
De rietgors (Emberiza schoeniclus) is een kleine zangvogel die typisch voorkomt in rietvelden, moerassen en natte graslanden. Het mannetje is in het broedseizoen goed herkenbaar aan zijn zwarte kop en keel met witte halsband, terwijl het vrouwtje en het winterkleed bruiner en meer gestreept zijn. Hij laat zich vaak zien op een rietstengel, van waaruit hij zijn eenvoudige, heldere zang laat horen.
De rietgors voedt zich vooral met insecten en larven in de lente en zomer, en schakelt in de herfst en winter meer over op zaden. Zijn nest wordt laag bij de grond of in dichte oevervegetatie gebouwd, goed verborgen tussen het riet.
Omdat hij afhankelijk is van natte, structuurrijke oeverzones is de rietgors gevoelig voor het verdwijnen van moerasgebieden. Natuurvriendelijke oevers en waterbufferbekkens met rietvegetatie vormen daarom belangrijk leefgebied voor deze karakteristieke moerasvogel.
De slanke waterkers (Nasturtium microphyllum) is een overblijvende water- en oeverplant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Ze wordt vaak verward met de gewone waterkers, maar onderscheidt zich door haar fijnere, slankere bouw en kleinere blaadjes. De plant heeft holle, liggende tot opstijgende stengels die gemakkelijk wortelen op de knopen wanneer ze het water of de modder raken.
De bladeren zijn oneven geveerd en bestaan uit meerdere afgeronde deelblaadjes met een frisgroene kleur. Tijdens de bloei, meestal van het late voorjaar tot de zomer, verschijnen kleine witte bloemen met vier kroonblaadjes in trosvormige bloeiwijzen. Zoals typisch is voor kruisbloemigen staan de bloemblaadjes in een kruisvorm. Na de bloei ontwikkelt de plant smalle hauwtjes met kleine zaden.
De slanke waterkers groeit vooral in helder, stromend en voedselrijk water. Haar biotoop bestaat uit beekranden, sloten, bronnen en ondiepe waterlopen. Ze verkiest kalkrijk water en komt voor in gematigde streken van Europa. Omdat ze gevoelig is voor sterke vervuiling, wijst haar aanwezigheid vaak op een relatief goede waterkwaliteit.
Ecologisch speelt de slanke waterkers een belangrijke rol in waterzuivering. De wortels nemen overtollige voedingsstoffen zoals nitraten en fosfaten op uit het water. Daardoor helpt ze eutrofiëring tegengaan en draagt ze bij aan het biologisch evenwicht in beken en sloten. Bovendien bieden haar stengels en bladeren schuilplaatsen voor kleine waterdieren, insectenlarven en andere organismen.
Door haar vermogen om water te filteren en leefgebied te bieden, is de slanke waterkers van groot belang voor de waterecologie. Ze ondersteunt de biodiversiteit en draagt bij aan heldere, zuurstofrijke wateren.
De slobeend (Spatula clypeata) is een opvallende eendensoort die vooral voorkomt in ondiepe plassen, moerassen en natte graslanden. Hij is meteen herkenbaar aan zijn brede, lepelvormige snavel, waarmee hij voedsel uit het water zeeft. Het mannetje heeft in het broedseizoen een donkergroene kop, witte borst en roestbruine flanken, terwijl het vrouwtje een onopvallend bruin verenkleed heeft.
In plaats van te duiken, zwemt de slobeend rustig rond terwijl hij het water filtert op kleine waterdiertjes, algen en zaden. Vaak draaien meerdere vogels in kleine cirkels om voedseldeeltjes naar het wateroppervlak te brengen. Het nest wordt goed verborgen in gras of oevervegetatie vlak bij het water gebouwd.
Omdat de soort afhankelijk is van voedselrijke, ondiepe wateren met rijke oevervegetatie, profiteert de slobeend sterk van natuurvriendelijke plassen en waterbufferbekkens. Dergelijke gebieden bieden geschikte broedplaatsen en voldoende voedsel voor deze karakteristieke zeefeend.
De veenwortel (Persicaria amphibia) is een overblijvende plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De soort staat bekend om haar aanpassingsvermogen, want ze kan zowel in het water als op het land groeien. Deze dubbele levenswijze verklaart ook haar soortnaam amphibia.
Veenwortel heeft kruipende wortelstokken waarmee ze zich stevig in de bodem verankert. In ondiep water ontwikkelt ze lange stengels met drijvende, ovale bladeren die leerachtig en glanzend zijn. Deze bladeren vormen vaak een groen tapijt op het wateroppervlak. Op drogere oevers groeit ze meer rechtop, met smaller blad. In de zomer verschijnen opvallende, aarvormige bloeiwijzen met talrijke kleine roze tot roodachtige bloemen.
De biotoop van veenwortel omvat vijvers, plassen, traag stromende rivieren, sloten en moerasranden. Ze groeit in voedselrijke, natte bodems en in ondiep zoet water. Dankzij haar sterke wortelstokken kan ze wisselende waterstanden goed verdragen.
Ecologisch is veenwortel waardevol voor insecten. De nectar- en stuifmeelrijke bloemen trekken bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders aan. De bladeren bieden voedsel aan verschillende rupsen en andere plantenetende insecten. Watergebonden insecten vinden tussen de stengels beschutting tegen predatoren.
Ook voor vogels heeft de plant betekenis. Kleine moerasvogels gebruiken de dichte vegetatie als schuilplaats, terwijl watervogels soms foerageren tussen de drijvende bladeren op zoek naar insecten en andere kleine dieren. De zaden kunnen bovendien dienen als aanvullende voedselbron.
Op het vlak van waterzuivering draagt veenwortel bij door voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor op te nemen uit het water en de bodem. Haar wortelstelsel helpt slib vast te houden en vermindert oevererosie. Daarnaast biedt de plant een substraat voor micro-organismen die organisch materiaal afbreken.
Door haar stabiliserende werking, haar rol in de voedselketen en haar bijdrage aan de waterkwaliteit is veenwortel een belangrijke soort binnen de waterecologie en draagt zij bij aan het evenwicht in zoetwaterhabitats.
De watersnip (Gallinago gallinago) is een middelgrote steltloper die vooral voorkomt in natte graslanden, moerassen en veengebieden. Met zijn lange rechte snavel zoekt hij in zachte modder naar voedsel, zoals wormen, insectenlarven en kleine ongewervelden. Dankzij zijn goed gecamoufleerde bruin-beige verenkleed valt hij nauwelijks op tussen gras en riet, waardoor hij vaak pas wordt opgemerkt wanneer hij plots opvliegt.
Tijdens de broedperiode is de watersnip bekend om zijn spectaculaire baltsvlucht. Hoog in de lucht duikt het mannetje naar beneden, waarbij de staartveren een trillend, mekkerend geluid produceren — ook wel het “hemelgeitje” genoemd. Dit bijzondere geluid is vaak eerder te horen dan de vogel te zien.
De soort is sterk afhankelijk van natte, extensief beheerde gebieden met een hoge grondwaterstand. Verdroging en intensief landgebruik hebben zijn leefgebied verkleind. Herstel van moerassen, natte graslanden en waterbufferzones kan daarom een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van de watersnip.
Watertorkruid (Oenanthe aquatica) is een inheemse oever- en waterplant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). Het is een overblijvende, kruidachtige plant die vooral voorkomt in zoetwatergebieden. Zoals andere schermbloemigen heeft ze een karakteristieke bloeiwijze in de vorm van een samengesteld scherm.
Krzysztof Ziarnek, Kenraiz - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=169313030
De plant kan 30 tot 120 centimeter hoog worden. Ze heeft holle, geribde stengels die rechtop groeien vanuit een wortelstok in de modder. De bladeren zijn geveerd en fijn ingesneden, wat haar een luchtig en sierlijk uiterlijk geeft. De onderste bladeren zijn vaak groter en breder dan de bovenste.
In de zomer, meestal van juni tot augustus, bloeit watertorkruid met kleine witte bloemen die samen een vlak of licht bolvormig scherm vormen. Deze bloemen trekken tal van insecten aan. Na de bloei ontwikkelen zich kleine geribde vruchten die door water verspreid kunnen worden.
Watertorkruid groeit in stilstaand of langzaam stromend zoet water. Haar biotoop bestaat uit sloten, vijvers, moerassen, plassen en rivieroevers. Ze staat meestal met haar wortels in natte, voedselrijke modder en kan gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteken.
De bloemen van watertorkruid leveren nectar en stuifmeel aan bijen, zweefvliegen, kevers en andere insecten. De dichte begroeiing biedt schuilplaatsen aan kleine vissen, waterinsecten en amfibieën.
Op het gebied van waterzuivering speelt watertorkruid eveneens een rol. Via haar wortelstelsel neemt ze voedingsstoffen zoals stikstof- en fosforverbindingen op uit het water en de bodem. Dit helpt de groei van algen te beperken en ondersteunt een evenwichtige waterkwaliteit.
Binnen de waterecologie draagt de plant bij aan biodiversiteit en oeverstabilisatie. Haar wortels helpen erosie tegengaan en bevorderen de ontwikkeling van een gevarieerde oevervegetatie. Zo is watertorkruid niet alleen een typische verschijning van natte gebieden, maar ook een waardevolle schakel in gezonde zoetwaterecosystemen.
De wilde eend (Anas platyrhynchos) is de bekendste en meest algemene eendensoort in Europa. Hij komt voor op allerlei wateren, van meren en rivieren tot grachten en stadsparken. Het mannetje is gemakkelijk te herkennen aan zijn glanzend groene kop, gele snavel en grijze lichaam, terwijl het vrouwtje een bruin gevlekt verenkleed heeft dat haar goed camoufleert tijdens het broeden.
Wilde eenden zijn alleseters. Ze foerageren in ondiep water en langs oevers op waterplanten, zaden, insecten en kleine waterdieren. Vaak kantelen ze voorover in het water, waarbij enkel de staart boven het oppervlak uitsteekt. Het nest wordt goed verborgen in oevervegetatie gebouwd, soms zelfs op verrassende plekken zoals tuinen of bloembakken dicht bij water.
Dankzij hun grote aanpassingsvermogen leven wilde eenden zowel in natuurlijke wetlands als in stedelijke omgevingen. Waterpartijen met gevarieerde oevervegetatie, zoals natuurvriendelijke bufferbekkens, bieden voedsel en veilige broedplaatsen voor deze vertrouwde watervogel.
Gezien deze omgeving in ontwikkeling is, wordt verwacht dat in de toekomst de aanwezige planten en dieren zullen toenemen. Daarnaast is het mogelijk dat de aanwezigheid wijzigt onder invloed van externe factoren. Natuurpunt volgt dit verder op.
Van 21 tot 29 maart vindt de zesde editie van de Week van het Water plaats. Tijdens deze week organiseren tal van Vlaamse organisaties die met of rond water werken allerlei activiteiten voor het grote publiek. Ook in Maldegem kan je leerrijke en leuke activiteiten over het thema water volgen.