Bodemonderzoek

In een oriënterend bodemonderzoek (OBO) bekijkt een bodemsaneringsdeskundige de bodemtoestand van een stuk grond. De deskundige neemt grond- en grondwaterstalen ter hoogte van 'risicozones'. Dat zijn zones met een verhoogde kans op verontreiniging, zoals bij opslagtanks en productiezones. De deskundige neemt ook stalen ter hoogte van onverdachte zones.Het aantal stalen per bodemonderzoek is afhankelijk van het aantal risicozones, de grootte van de risico's en de grootte van het perceel.

Voorwaarden

Een oriënterend bodemonderzoek voert men uit bij een risicogrond in het kader van:

  • Overdracht: om te vermijden dat een verontreinigde grond overgedragen wordt, is er een onderzoeksplicht bij de overdracht van een risicogrond. Het OBO gebeurt op initiatief en op kosten van de overdrager.
  • Periodieke onderzoeksplicht: een exploitant kan verplicht zijn door de aard van de activiteiten om binnen een bepaalde termijn en daarna volgens een bepaalde periodiciteit een OBO te laten uitvoeren.
  • Faillissement en vereffening van een risico-inrichting.
  • Sluiting van een risico-inrichting.
  • Onteigening van een risicogrond.
  • Situatierapport bij GPBV-inrichtingen (Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging).

Procedure

Als er verontreiniging is, gaat de bodemsaneringsdeskundige na wanneer de verontreiniging ontstond.

  • Ontstond de verontreiniging vóór 29 oktober 1995 (1e Bodemsaneringsdecreet), dan is de verontreiniging 'historisch'. Dit wordt verder onderzocht als er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging. 
  • Dateert de verontreiniging van na 29 oktober 1995, dan is de verontreiniging 'nieuw'. Dit wordt verder onderzocht als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn. Dit is van toepassing als de analysewaarde hoger is dan 80% van de bodemsaneringsnorm voor dat stuk grond.

Contact